De Schrijver

Eerst maar de feiten.


Ik ben geboren in 1941. Bezocht na lagere school de HBS, ging Nederlands studeren en belandde alras voor de klas. Daar bleef ik met wisselend succes pogen kinderen belangstelling bij te brengen voor literatuur en zindelijk taalgebruik. Ik deed een opleiding tot docent Dramatische Vorming en gaf ook daarin les. Ik kreeg twee zonen die mij later op hun beurt drie aanbidddelijke kleindochters bezorgden. Rond mijn veertigste nam ik deel aan diverse opleidingen tot hypnotherapeut en neurolinguďstisch therapeut. Ik werkte jarenlang als therapeut en coach.

Na 35 jaar onderwijs vond ik het tijd mij op iets anders te richten. Ik verdiepte mij verder in filosofie en psychologie en vooral in het Boeddhisme, waarvan de Zenvariant zoals Thich Nath Hanh die leert mij het meeste aanspreekt.







Ik ben dus geboren aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, in de Amsterdamse Rivierenbuurt. Mijn Joodse vader kon elke dag worden opgepakt. Alleen zijn gemengde huwelijk met kinderen schonk hem respijt. Mijn oom Moritz die om die hoek woonde, had dat niet en verdween in Auschwitz met zijn vrouw, hoorde ik veel later toen ik begreep wat dat betekende.


De dood speelde in mijn leven geen rol tot mijn eerste geliefde verongelukte op haar scooter.

Ik staarde begriploos naar haar witte gezicht in de kist. Ik was 20; het leven ging beginnen. Niet dus. Het hele gebeuren maakte mij zo wezenloos dat ik pas jaren later de tranen kon laten vloeien.

De volgende was mijn zuster, een snelle kanker raasde door haar lijf en gelukkig liet een wijze arts haar in overleg met haar naasten, op tijd wegdoezelen in de morfine voor het kwaad haar hersenen had aangetast.

Vrienden en collega’s volgden sneller dan ik voor mogelijk had gehouden: zelfmoorden, ziekten rukten veertigjarigen om mij heen weg. Op mijn vijftigste meende ik een nacht lang dat het mijn beurt was toen een gruwelijke voedselvergiftiging mijn verjaarsdineetje een onverwacht vervolg gaf.

Maar de echte confrontatie met de dood kwam een paar jaar later toen mijn geliefde die ik net een jaar kende te horen kreeg dat haar borstkanker was uitgezaaid naar haar botten en dat haar prognose was: nog twee tot drie jaar…

Hoe ga je daarmee om, met het gegeven dat je je grote liefde, na veel lijden gaat verliezen?

En hoe ga je om met een zieke partner? Moet je die ontzien, je eigen gevoelens van ontzetting, verdriet en zelfs boosheid verborgen houden voor dgene die toch al zoveel heeft te lijden? Of juist niet? Ik zocht een boek dat me daarover wijzer kon maken, vond het niet. Dus hebben mijn partner en ik de ‘wijsheid’die zelf konden opdoen in de tijd die we met elkaar hadden opgeschreven. Dat werd het boek 


Tot hier zijn wij gekomen

Een boek voor mensen met kanker en hun partners

Door Gerard Kind en Wiepke van Coevorden. (overleden 2002 ).


Veel partners van zieke mensen ( ook andere ziekten dan kanker) hebben mij later verteld dat het van grote waarde voor ze is geweest.

Het is op dit moment niet in de handel maar u kunt het hier lezen en/of downloaden.

U kunt het ook bestellen bij de Borstkankervereniging Nederland

Let op: het is van 2002, de internetprocedures die er in worden beschreven zijn nu heel anders.


Als je een geliefde gaat verliezen aan de dood, merkte ik, is het belangrijk een visie te hebben op wat de geliefde ander overkomt. Want het verlies wordt nog moeilijker te dragen als de geliefde een ramp overkomt dan als dat niet het geval is. Er was al een ramp: het verlies van het leven op een ontijdig moment….maar was de dood als zodanig een gruwel die ons allen te wachten staat? Vanaf 2000 heb ik veel tijd doorgebracht met denken over de dood, lezen over de dood. Dat heeft tot de conclusie geleid dat de dood ten onrechte een slechte pers heeft.

Vanuit die gedachte is het boek geschreven Leven zonder angst voor de dood